Hij stond op, rekte zich uit en liep naar de deur. Zijn stappen waren langzaam, maar zijn ogen straalden.
Ik deed zijn riem om en we stapten naar buiten in het avondlicht.
De zon ging onder. De lucht was geschilderd in tinten oranje en roze. Ergens in de verte zong een vogel.
En ik was precies waar ik moest zijn.