Het scherm werd zwart.
Onderaan in de envelop lag nog één papiertje.
Een aanvraagformulier voor een overlijdensakte.
Niet ondertekend.
Op de achterkant, in zijn eigen handschrift:
“Als ik niet terug kan komen…”
Ik hoop dat je me niet herinnert als de vrouw die wegging,
maar als de vrouw die tot het allerlaatste moment van je hield.”
Ik zakte in elkaar op de grond.
Dat kussen was niet zomaar een kussen.
Het was de doodskist van elk woord dat hij nooit had gezegd.