Eleanors nieuwe leven leek niet op een groots avontuur in een vreemd land. Het leek eerder op wakker worden en zelf beslissen wat ze wilde ontbijten. Het leek op deelnemen aan een schildercursus waar niemand haar kende als mevrouw Charles Miller. Het leek op drie uur in een park zitten en een boek lezen, omdat ze daar zin in had, niet omdat het in iemands anders schema paste.
Tegen de tijd dat Eleanor haar zesenzeventigste verjaardag bereikte, had ze een gemoedstoestand bereikt waar de meeste mensen hun hele leven naar streven. Ze had een stille, stabiele vrede gevonden. Ze besefte dat het einde van haar huwelijk geen mislukking was, maar een voltooiing. Ze had het ene leven achter zich gelaten en een ander betreden. Het pad dat ze koos was soms moeilijk en eenzaam, maar het was haar pad. Ze had eindelijk geleerd dat het nooit te laat is om je ziel terug te winnen, en dat het belangrijkste gesprek dat je ooit zult voeren, het gesprek is waarin je jezelf eindelijk de waarheid vertelt. Eleanor stapte haar laatste jaren tegemoet, niet langer een bijrolspeler in andermans toneelstuk, maar de hoofdrolspeelster in haar eigen magnifieke, laatbloeiende verhaal.