De juridische procedure verliep opvallend steriel, als een klinische ontleding van een leven samen. Er waren geen ruzies over het zilver of het bezit; in plaats daarvan was er slechts een ijzingwekkend efficiënte verdeling van de bezittingen. Charles bleef gedurende het hele proces een mysterie voor haar, zijn gezicht een masker van stoïsche berusting. Toen de laatste documenten waren getekend, stelde hun advocaat, wellicht aanvoelend hoe zwaar de sfeer was van een halve eeuw die eindigde in een steriel kantoor, voor om samen nog een laatste keer te eten in een klein bistro’tje verderop in de straat. Het was bedoeld als een gebaar van afsluiting, een manier om met enige waardigheid de overgang te maken van partners naar kennissen.
Ze zaten tegenover elkaar in een hoekje bij het raam. Het zonlicht ving de ouderdomsvlekken op Charles’ handen en de fijne lijntjes rond zijn ogen op, trekken die Eleanor maar al te goed kende. Toen de serveerster dichterbij kwam, keek Charles niet eens naar de menukaart. Hij bestelde de Cobb-salade voor Eleanor en de gegrilde zalm voor zichzelf, precies zoals hij de afgelopen twintig jaar elke vrijdag had gedaan. Op dat moment barstte een sluimerende vulkaan van wrok eindelijk in Eleanor los. Het was niet de keuze van de salade die haar stoorde; het was de verstikkende aanname dat haar voorkeuren statisch waren, dat hij haar verlangens volledig kende en bepaalde.