Voor vijftigplussers iets gunstiger
Voor werkenden die nu vijftig zijn, ziet de situatie er iets beter uit. Zij hoeven minder jaren te overbruggen. In dit voorbeeld gaat het om vijftien jaar sparen tot pensionering.
Volgens Breukelaar moet deze groep ongeveer 98.000 euro opbouwen. Dat kan met sparen en beleggen. De jaarlijkse inleg komt dan uit op ongeveer 6.500 euro.
Dat bedrag is lager dan bij veertigers. Toch blijft het een flinke uitdaging. Zeker met stijgende kosten voor wonen en energie.
Deze berekeningen zijn gebaseerd op aannames. Rendementen kunnen tegenvallen. Inflatie kan hoger uitvallen. Dat maakt plannen onzeker.
Onzekerheid rond AOW-leeftijd
Een belangrijke onzekerheid is de toekomstige AOW-leeftijd. Het kabinet wil deze koppelen aan de levensverwachting. Dat betekent mogelijk verdere verhogingen.
Als Rob Jetten hiervoor voldoende steun krijgt, kan de AOW-leeftijd in 2054 op zeventig jaar liggen. Nu is de AOW-leeftijd 67 jaar. In 2028 stijgt deze naar 67 jaar en drie maanden.
Deze plannen zorgen voor onrust bij werkenden. Vooral mensen met zware beroepen maken zich zorgen. Langer doorwerken is niet voor iedereen haalbaar.
Pensioenadvocaat Theo Gommer begrijpt de zorgen. Hij herkent de berekeningen van Breukelaar. Volgens hem is eerder stoppen bewust moeilijk gemaakt.
Het beleid is gericht op langer doorwerken. Wel verwacht hij dat mensen op latere leeftijd minder gaan werken. Denk aan deeltijd of lichtere functies.
