2. « Ik kocht een grote boodschappentas bij een lokale supermarkt; dit artikel kreeg ik er gratis bij. »

Antwoord: Het is een sinaasappelschiller.
2. « Ik kocht een grote boodschappentas bij een lokale supermarkt; dit artikel kreeg ik er gratis bij. »

Antwoord: Het is een sinaasappelschiller.