Velen verdedigen deze gewoonte door te zeggen:
gemak,
waterbesparing
of gewoon efficiëntie.
Hun denkwijze is vaak:
“Als er niemand gewond raakt en het tijd bespaart, waarom zou het dan uitmaken?”
Mensen die het sterk afwijzen, hechten vaak waarde aan:
grenzen,
reinigingsrituelen,
structuur
en scheiding tussen ‘schone’ en ‘onreine’ ruimtes.
Voor hen staat de douche psychologisch symbool voor hygiëne, waardoor het combineren van verschillende badkamerfuncties verkeerd aanvoelt, ongeacht wetenschappelijke argumenten.
Dan is er nog de derde groep:
De mensen die het in het geheim doen… maar het nooit openlijk zouden toegeven.
Deskundigen zeggen dat dit vaak een uiting is van sociale conformiteit: men maakt zich meer zorgen over schaamte en sociaal oordeel dan over de gewoonte zelf.
Ironisch genoeg onthult de discussie over plassen onder de douche soms meer over de persoonlijkheid dan het gedrag zelf.