Toen kwam er een onverwacht telefoontje. Ik werd gevraagd terug te komen, waar een envelop met mijn naam erop was gevonden – opzettelijk verstopt.
Binnenin vond ik een brief en een besluit: hij had me zijn hut aan het meer nagelaten. Niet als beloning, maar als blijk van waardering. Uiteindelijk was het niet het bezit dat het belangrijkst was, maar het feit dat ik eindelijk gezien werd door de enige persoon die me begreep.