“Ja. Ik wil hulp waarbij ik niet in het ongewisse blijf.”
Tegen etenstijd had mevrouw Adele een nieuwe lijst met contactpersonen voor noodgevallen naast haar telefoon liggen, en mijn nummer stond bovenaan.
Die avond scheen haar verandaverlichting door het slaapkamerraam van Oliver.
Terwijl ik hem instopte, vroeg ik:
‘Wat fluisterde ze je die nacht toe?’
Hij glimlachte slaperig.
« Ze zei dat ik jouw hart had veroverd en dat ik me door de wereld niet moest laten weerhouden om goed te zijn. »
Aan de overkant van de straat bleef het veranda-licht van mevrouw Adele branden.
En er bleef ook iets in mij achter.
Vanaf die avond, telkens wanneer het donker werd in Olivers kamer, herinnerde de veranda van mevrouw Adele ons eraan dat vriendelijkheid niet verdwijnt.
Soms wacht het gewoon tot een klein handje het weer aanzet.