Voorbereiding
1. Basisdeeg
Zeef de bloem en meng deze met het zout. Voeg de boter in kleine stukjes toe en wrijf deze met je vingertoppen door het mengsel tot een zanderige textuur ontstaat.
Voeg geleidelijk het koude water toe en meng voorzichtig tot een glad deeg (kneed het niet te veel). Vorm een bal, wikkel deze in plasticfolie en laat 30 minuten in de koelkast rusten.
2. Bereid de boter voor.
Leg de boter tussen twee vellen bakpapier en spreid deze uit tot een rechthoek. De boter moet koud maar buigzaam zijn. Zet de boter even in de koelkast.
3. Laminaat
Rol het deeg uit tot een rechthoek en leg de boter in het midden. Wikkel het deeg er volledig in.
Rek het deeg uit en vouw het in drieën (zoals een brief). Draai het 90° en herhaal de handeling.
Keer het deeg in totaal 3 keer om en laat het tussen elke keer 15 tot 20 minuten in de koelkast rusten.
4. Uitbreidingsfinale
Na de laatste rustperiode rol je het deeg uit tot de gewenste dikte (2 tot 4 mm, afhankelijk van het gebruik).
5. Vormgeven en bakken
Vorm de stukken, leg ze op een met bakpapier beklede bakplaat en bestrijk ze eventueel met ei.
Bak ze 20 tot 25 minuten op 200 °C , tot ze goudbruin en knapperig zijn.
Belangrijke tips
De boter moet altijd koud maar wel kneedbaar zijn.
Vermijd werken in warme omgevingen.
Gebruik niet te veel extra bloem.
Respecteer de rustperiodes.
Rek je altijd vanuit het midden naar buiten uit.
Varianten
zie vervolg op de volgende pagina