Het enige geval waarin de wet voorziet om een kind van zijn of haar erfrechten te ontdoen, is onwaardigheid om te erven. Dit is een uitzondering en geldt alleen voor ernstige gevallen, zoals geregeld in artikel 726 van het Burgerlijk Wetboek. Bijvoorbeeld:
Als hij is veroordeeld voor het in gevaar brengen van uw leven,
als hij u heeft aangevallen of mishandeld,
als hij ernstige valse beschuldigingen tegen u heeft geuit.