Er zijn momenten in het leven waarop alles abrupt tot stilstand komt. Momenten waarop je je bevroren voelt tussen wat had moeten zijn en wat nooit zal zijn. Op mijn zeventiende dacht ik nog dat liefde genoeg was om alles op te lossen. Toen, met een paar onhandige woorden, verliet mijn vriend me, waardoor ik alleen achterbleef met immense angst en een onzekere toekomst. Ik was gewoon een tiener, die probeerde sterk te doen terwijl alles in me beefde, mijn hart gebroken.
Te snel volwassen worden, zonder handleiding.

Ik bleef mezelf maar vertellen dat ik er wel doorheen zou komen, net als zoveel anderen voor mij. Maar de waarheid is dat ik constant bang was: bang om het verkeerd te doen, bang om niet goed genoeg te zijn, bang voor dit lichaam dat veranderde terwijl ik mezelf nog niet kende. Ik deed alsof ik volwassen was, zonder de regels echt te begrijpen.