3. Groei in oprecht medeleven met anderen
Het hart begint te veranderen: het wordt minder onverschillig en minder egocentrisch. Het leed van anderen blijft niet langer onopgemerkt. Een oprechte drang om te helpen, te dienen en te begeleiden ontstaat.
Deze compassie is geen sentimentaliteit. Soms houdt het in dat je grenzen stelt, dat je ‘nee’ zegt als dat de ander echt helpt.
De Heilige Geest leert ons lief te hebben met waarheid: een liefde die het ware goede zoekt, zelfs als dat ongemakkelijk is of offers vraagt.