12. Verminderde eetlust of snel een vol gevoel hebben.
Ophoping van gifstoffen onderdrukt het hongergevoel, vaak gepaard gaande met misselijkheid.
13. Misselijkheid of incidenteel braken.
Uremie (afvalstoffen in het bloed) veroorzaakt vaak maagklachten.
14. Concentratieproblemen of ‘hersenmist’:
Een verminderde zuurstoftoevoer naar de hersenen als gevolg van bloedarmoede of gifstoffen beïnvloedt de concentratie en het geheugen.
15. Hoge bloeddruk die moeilijk onder controle te krijgen is.
De nieren reguleren de bloeddruk; schade aan de nieren veroorzaakt of verergert vaak hypertensie.
16. Bleke huid of opvallende donkere kringen.
Bloedarmoede leidt tot bleekheid; veranderingen onder de ogen kunnen gepaard gaan met vermoeidheid.
17. Bot- of gewrichtspijn.
Bot- en mineralenziekten verzwakken de botten en veroorzaken pijn.
18. Het constant koud hebben.
Een laag aantal rode bloedcellen vermindert de lichaamswarmte.