Toen, op een dag, werd er op de deur geklopt.
Toen ik de deur opendeed, stond hij daar.
Ouder. Langer. Maar met dezelfde ogen.
In een oogwenk verdwenen al die verloren jaren. Hij sloeg zijn armen om me heen en barstte in tranen uit, alsof hij alles wat hij zo lang had opgekropt, eindelijk losliet.
En toen vertelde hij me iets wat ik nooit zal vergeten:
Hij had elke dag aan me gedacht.
Liefde verdwijnt niet.
Ik nam aan dat hij slechts voor een kort bezoek was gekomen.