Een week later zag ik Lucas een andere huilende jongen in het park benaderen. ‘Gaat het wel?’ hoorde ik hem vragen. ‘Dit is meneer Bamboe jr. Hij is heel goed in het troosten van mensen die verdrietig zijn.’ Hij ging naast de jongen zitten. ‘Mijn vader zegt dat huilen gewoon betekent dat je gevoelens hebt, en iedereen heeft gevoelens.’
Ik zag hoe Lucas’ goedheid wonderen verrichtte. Later vertelde ik hem hoe trots ik op hem was. « Je zag iemand pijn lijden en je hebt hem geholpen. Dat vergt echt moed. »
Lucas dacht er even over na. « Is dat stoer doen? Zoals opa het altijd over heeft? »
‘Het is een ander soort doorzettingsvermogen,’ legde ik uit. ‘Het soort dat er het meest toe doet. De moed hebben om aardig te zijn, je gevoelens te tonen en anderen te helpen met die van hen. Dát is ware kracht.’
Hij knikte tevreden. « Dat soort stoerheid bevalt me beter. »
‘Ik ook, vriend,’ zei ik. ‘Ik ook.’