Sinds eind 2019 is de wereld voorgoed veranderd. In december van dat jaar werd een nieuw coronavirus gemeld in China. In korte tijd verspreidde het zich over de hele wereld en leidde het tot een gezondheidscrisis die veel landen niet hadden voorzien. Overheden, artsen en internationale instellingen zoals de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) moesten razendsnel reageren op een virus dat sterk besmettelijk bleek en bij een deel van de bevolking ernstige klachten veroorzaakte.
Covid-19 groeide uit tot een pandemie die miljoenen mensen wereldwijd trof. In het begin was er vooral onzekerheid: hoe gevaarlijk was het virus precies? Wie liep het meeste risico? En vooral: hoe konden landen de zorgsystemen beschermen tegen overbelasting?
De eerste gevallen in Frankrijk (2/10)
In Frankrijk werden de eerste besmettingen eind januari 2020 vastgesteld. Niet veel later volgden ook de eerste sterfgevallen. In de weken daarna nam het aantal besmettingen toe en steeg de druk op ziekenhuizen, vooral in regio’s waar de besmettingsgraad hoog lag.
Al snel werd duidelijk dat het virus een enorme uitdaging vormde voor de volksgezondheid, en dat snelle maatregelen nodig waren om de verspreiding te beperken.
De lockdown (3/10)
Op 17 maart 2020 ging Frankrijk in een algemene lockdown. Mensen moesten thuis blijven, scholen sloten, winkels gingen dicht en het openbare leven werd tot een minimum beperkt. Het doel was om de besmettingsgolf te vertragen en de zorg bereikbaar te houden.
Minder dan twee maanden later werd de lockdown opgeheven. Tegelijk werden nieuwe regels ingevoerd, zoals het dragen van een mondmasker in bepaalde situaties. Ondertussen begon de wetenschappelijke wereld met ongekende snelheid te werken aan vaccins, behandelingen en manieren om de pandemie onder controle te krijgen.