In de serene rust van het klooster van Padre Pio in San Giovanni Rotondo ontvouwden zich momenten van diepe mystiek die zijn spirituele nalatenschap voor altijd zouden vormgeven. In 1958, tijdens een intense nacht van gebed, beleefde de kapucijner monnik een openbaring die zijn begrip van de rozenkrans en de reactie van de hemel op elk Weesgegroet ingrijpend veranderde.
Terwijl zijn vingers over een rozenkrans gleden die door jarenlange devotie gladgesleten was, vulde zijn cel zich met een zacht licht en een geur die hij later omschreef als iets wat nergens anders op aarde te vinden was. In die heilige atmosfeer verscheen de Maagd Maria – niet om hem te verbazen, maar om hem te onderwijzen.
Het geheim van de hemel, verborgen in elk Weesgegroet.
Volgens wat Padre Pio later aan zijn geestelijke leiders toevertrouwde, openbaarde de Maagd Maria hem wat er in de hemel gebeurt wanneer iemand met oprecht geloof de rozenkrans bidt. Elk Weesgegroet, zo legde hij uit, wordt veranderd in een levende roos die in Maria’s handen wordt geplaatst.
Elk woord van het gebed geeft vorm aan die roos: witte bloemblaadjes die zuiverheid symboliseren, gouden reflecties van genade en hemelse kleuren die voor het menselijk oog onbeschrijfelijk zijn. Zodra het gebed voltooid is, wordt de roos compleet en begint ze een uniek doel te vervullen binnen Gods plan.
Wat doet de Maagd Maria met deze rozen?
Het visioen ging nog verder. Maria ontvangt deze rozen niet zomaar – ze gebruikt ze. Volgens de heilige draagt ze ze door de hemel en over de aarde, verzacht ze verharde harten, troost ze stervenden, beschermt ze onschuldigen en bemiddelt ze voor de zielen die het meest in nood verkeren.
Rozen, gemaakt van rozenkransen die met oprechte liefde gebeden zijn, bezitten volgens hem een bijzondere kracht. Door middel daarvan nadert de Maagd Maria haar kinderen en beschermt zij hen tegen zichtbare en onzichtbare gevaren.