Hormonen spelen een grote rol bij kinhaar dat later in je leven opduikt. Als je ouder wordt en je hormoonspiegels verschuiven, kunnen er ineens haartjes verschijnen op plekken waar je ze eerst niet had. Voor de overgang werken oestrogeen en testosteron samen; oestrogeen dempt deels de effecten van testosteron. Tijdens de menopauze daalt het oestrogeen, terwijl testosteron ongeveer gelijk blijft, en dan kun je meer kinhaar krijgen. Wordt testosteron relatief dominanter, dan zorgen androgenen ervoor dat haren grover en dieper geworteld worden, vergelijkbaar met baardhaar.
Niet iedereen krijgt er in dezelfde mate mee te maken. Hoe gevoelig je bent voor extra kinhaar hangt van verschillende factoren af, zoals je genetische aanleg. Komt het veel voor in je familie, dan is de kans groter dat jij het ook ziet verschijnen.