Voorzichtig liep ik naar de garage en begon te huilen.
De garage stond vol dozen, stuk voor stuk zorgvuldig gelabeld met kleding, gereedschap of speelgoed, klaar om gedoneerd te worden aan mensen in nood.
Ik wist altijd al dat mijn man de aardigste persoon was die iedereen wilde helpen, maar ik had nooit gedacht dat zijn vrijgevigheid zo ver zou gaan.
Het bleek dat hij al jarenlang hielp en doneerde.
Er lag een klein notitieboekje waarin hij de namen opschreef van mensen die een donatie nodig hadden en van mensen die hadden gedoneerd aan het goede doel om iemands dag en leven een beetje beter te maken.
In een klein hoekje op de eerste pagina van dat notitieboekje schreef hij: « Mocht mij iets overkomen, dan hoop ik dat iemand dit voortzet. »