Kijk eens goed in de spiegel, waar de bovenkant van je oorkraakbeen de zijkant van je gezicht raakt. Zie je een klein, nauwelijks zichtbaar deukje dat eruitziet als een speldenprik? Of misschien heb je dit subtiele plekje wel eens gezien bij een vriend, familielid of een pasgeboren baby, en dacht je dat het gewoon een restant was van een oude, verwijderde kraakbeenpiercing.
Het blijkt dat dat kleine gaatje volkomen natuurlijk is. Het is niet het resultaat van een naald, een litteken of een ongeluk. Het is een fascinerende, relatief zeldzame aangeboren afwijking die in de medische wereld bekend staat als een preauriculaire put (of preauriculaire sinus).
Hoewel het er misschien uitziet als niets meer dan een microscopisch klein deukje, is het verhaal achter hoe het ontstaat – en wat het zou kunnen betekenen voor de oeroude geschiedenis van het menselijk lichaam – ronduit verbazingwekkend.
Wat is een preauriculaire groef precies?
Om te begrijpen wat dit kleine vlekje is, moeten we helemaal terug naar de baarmoeder.
Een preauriculaire groef is in wezen een kleine ontwikkelingsafwijking die heel vroeg in de zwangerschap optreedt, meestal rond de zesde week. Tijdens deze cruciale periode vormen het gezicht en de oren zich snel uit structuren die bekend staan als faryngeale bogen. Soms vergroeien deze bogen niet volledig naadloos met elkaar. Wanneer er een microscopische opening of een kleine hapering is in de vergroeiing van de weefsels die het buitenoor vormen, blijft er een klein kanaaltje of sinus achter.