In tegenstelling tot honden, die door hun demonstratieve gedrag de indruk van onmiddellijke gehechtheid kunnen wekken, observeren en analyseren katten en benaderen ze pas wanneer ze zich veilig voelen. Hun manier om banden te vormen lijkt soms op die van mensen: ze voelen zich aangetrokken tot degenen bij wie ze zich op hun gemak voelen.
Daar is niets mysterieus aan: het is een combinatie van vertrouwde routines, zachtheid, geruststellende geuren en een kalme uitstraling die hen aantrekt. Een kat kan bijvoorbeeld de voorkeur geven aan een persoon omdat die zachtjes spreekt, zich sereen beweegt of haar persoonlijke ruimte respecteert.
Waarom krijgen we de indruk dat ze hun mensen « uitkiezen »?
