– Diuretica (medicatie tegen vochtretentie)
– Overmatig alcoholgebruik
– Overmatige consumptie van frisdranken of fructosehoudende voedingsmiddelen
– Genetische factoren, ook wel erfelijke eigenschappen genoemd
– Hoge bloeddruk
– Immunosuppressiva
– Nierproblemen –
Leukemie
– Metabool syndroom
– Niacine, ook wel vitamine B3 genoemd
– Obesitas
– Polycythemia vera (een bloedziekte)
– Psoriasis
– Een purinerijk dieet, zoals lever, wild, ansjovis en sardines
– Tumorlysisyndroom: een snelle afgifte van cellen in het bloed, veroorzaakt door bepaalde vormen van kanker of door chemotherapie die wordt gebruikt om deze kankers te behandelen.