Er is een angst die maar weinig mensen openlijk toegeven. Het is niet de angst voor armoede, noch de angst voor de dood. Het is de angst om oud te worden en te beseffen dat het leven niet op de juiste manier is geleefd. Niet vanwege een gebrek aan geld of succes, maar omdat er diep vanbinnen geen vrede, geen betekenis, geen innerlijke stabiliteit is.
Meer dan 2500 jaar geleden dacht de Chinese filosoof Confucius al na over deze menselijke vraag. Hij leerde niet alleen hoe je gelukkig kunt zijn op hoge leeftijd. Hij leerde iets veel diepergaands: hoe je zo kunt leven dat ouderdom geen last wordt, maar het natuurlijke gevolg van een leven dat met integriteit is geleefd.
Voor Confucius was ouderdom geen einde, maar een spiegel. Het weerspiegelt alles wat een mens in zijn geweten, in zijn beslissingen en in zijn relaties heeft geplant.
Uit zijn leer komen vier essentiële principes naar voren.