De zoon, die dit tafereel met een half oog had gevolgd terwijl hij van zijn broodje at, voelde een glimlach opkomen. Hij kende zijn vader goed genoeg om te weten dat er iets ging komen. En jawel, de reactie kwam. Zonder een spier te vertrekken en met dezelfde kalme toon zei de vader:
“Jawel hoor. Eens, in een dronken bui, had ik het met een pauw aangelegd. Ik vroeg me gewoon af of jij misschien mijn zoon bent.”
Lachen met respect
Het was een opmerking die recht uit een cabaretvoorstelling had kunnen komen. Scherp, droog, absurd – en volledig onverwacht. De zoon verslikte zich bijna van het lachen. De tiener keek verrast, maar kon zelf zijn glimlach ook niet onderdrukken. En precies dát maakt het verhaal zo krachtig: het was geen belediging, geen verwijt, maar een speelse prik tussen generaties.
