Het telefoontje en de halve waarheid
Wanneer Thanksgiving nadert, bellen Franks kinderen, Mike en Sarah, zoals elk jaar. Mike, die in Chicago woont, belt eerst. Hij vertelt dat het weer slecht is en reizen lastig. “Je gaat toch naar Sarah?” vraagt hij, om zeker te weten dat zijn vader niet alleen is. Frank stelt hem gerust: “Maak je geen zorgen, jongen. Alles is geregeld.”
Even later belt Sarah. Ze werkt in de zorg en heeft onverwacht een lange dienst. “Je gaat toch naar Mike, pap?” zegt ze verontschuldigend. Frank begrijpt haar situatie en antwoordt kalm: “Het is helemaal goed, lieverd. Ik red me prima.”
In werkelijkheid blijft Frank gewoon thuis. Hij wil zijn kinderen niet belasten en kiest ervoor hen gerust te stellen, ook al voelt dat niet helemaal eerlijk. Naarmate de dag dichterbij komt, voelt hij hoe zwaar het is om te doen alsof alles in orde is. Hulp vragen is nooit zijn sterke kant geweest. Zijn hele leven was hij degene die anderen hielp.