Toen oma me er de volgende ochtend over vertelde, was haar stem zacht, maar er zat iets in wat ik zelden hoorde: een soort gekrenkte verwondering. Niet alleen pijn, maar ook verbazing dat iemand zó hard kon zijn tegen een oude vrouw die niemand kwaad had gedaan. Ze vertelde het alsof ze zich verontschuldigde dat ze verdrietig was, alsof haar tranen een last waren voor anderen. Ze zei dat ze zich dom voelde dat ze überhaupt was gegaan. Dat ze misschien thuis had moeten blijven.
En precies daar brak er iets in mij.
Ik besloot het incident niet online te zetten of een scène te schoppen. Ik kende dat soort verhalen: mensen filmen, mensen roepen, commentaren die ontploffen, en uiteindelijk blijft er vaak alleen maar lawaai over. In plaats daarvan koos ik voor een stillere vorm van gerechtigheid. Niet om wraak te nemen, maar om een grens te trekken. Om iemand duidelijk te maken dat woorden echt gevolgen hebben, vooral wanneer ze gericht zijn op iemand die zich niet verdedigt.
Ik reserveerde onder mijn eigen naam, vroeg specifiek of Jessica onze tafel kon bedienen en nam een vriendin mee. We kleedden ons elegant, niet overdreven, maar verzorgd genoeg om te laten zien dat we wisten wat we deden. Ik wilde dat alles er normaal uitzag, bijna feestelijk zelfs. We kwamen binnen alsof het een avond was zoals alle andere, alsof we geen idee hadden wie Jessica was en wat ze had gezegd.
We kregen een tafeltje, namen plaats en keken rustig rond. Het restaurant had diezelfde warme verlichting, dezelfde zachte muziek. Alles leek gewoon. En toch voelde ik hoe mijn hart sneller klopte, omdat ik wist wat er nog moest gebeuren…