Desondanks heb ik één vurige wens: ik zal de erfenis van mijn zoon niet geven aan een vrouw die zijn nagedachtenis heeft veronachtzaamd. Ik zal niet toestaan dat ze het laatste wat mijn zoon heeft nagelaten, verkwist.
Ik zit echter in tweestrijd, voel me overbelast en ben doodsbang voor wat de toekomst brengt.
Hoe moet ik verder gaan?