HET DOOR ROEST AANGEZOGEN ERFSTUK
Mijn zus, Elena, heeft altijd al een voorliefde voor drama gehad. Toen ze me haar oude, afgetrapte sedan voor een symbolisch bedrag van vijftig dollar ‘verkocht’, gaf ze me niet zomaar de sleutels – ze voerde een hele voorstelling op. Ze deed alsof ze me een onbetaalbaar familie-erfstuk naliet, een gouden strijdwagen die me naar de toekomst zou brengen.
De werkelijkheid was veel somberder. De auto was een wrak. Hij had drie jaar in haar oprit gestaan, een monument van verwaarlozing. De banden waren letterlijk platgedrukt, door de tijd en het roest aan het asfalt vastgesmolten. De motorkap was een mozaïek van roest en het interieur verspreidde een dikke, verstikkende geur van stof, oude friet en verlatenheid. Voor een autosloperij was het schroot. Voor mij, een student die wanhopig op zoek was naar een manier om naar de universiteit te gaan zonder vier uur per dag in de bus te hoeven zitten, was het een skelet dat ik wilde omhullen met nieuw spierweefsel.