Maar dit is wat ik nu weet.
Familie is niet de mensen met wie je je DNA deelt. Familie zijn de mensen die je niet als onderpand gebruiken. De mensen die je niet straffen omdat je grenzen stelt, de mensen die je zien als een persoon, niet als een bron van inkomsten.
Uiteindelijk kreeg mijn moeder wel de consequenties te verduren. Ze verloor haar huis. Ze moest in groepen zitten en praten over haar gokverslaving. Ze moest leven met een strafblad dat haar nog lang zou blijven achtervolgen.
Een deel van mij is daar nog steeds verdrietig over. Ze is mijn moeder. Ik wou dat ze een andere keuze had gemaakt. Ik wou dat ze om hulp had gevraagd voordat ze van me stal, voordat ze me op het vliegveld achterliet om bij een zwembad te gaan drinken.
Maar het deel van mij dat in die motelkamer zat en die telefoontjes pleegde, heeft geen spijt van wat ik gedaan heb. Dankzij dat deel van mij zit ik niet meer vast in dezelfde vicieuze cirkel.
Als je door je eigen familie als vanzelfsprekend bent beschouwd, zeg ik je niet dat je alle bruggen achter je moet verbranden. Ik zeg je dat je best van de brug af mag lopen die ze steeds maar weer op je rug bouwen.
Je mag zeggen: « Ik ga dit niet langer financieren. »
Je mag kiezen voor rust in plaats van voortdurende paniek.
Je mag een leven opbouwen waarin je harde werk je dromen waarmaakt, en niet de verslaving van iemand anders.
Dat was mijn wraakverhaal: geen dramatische explosie, maar een langzame, gestage herovering van alles wat ik onbewust had weggegeven.
Geld. Tijd. Slaap. Zelfrespect.
Als je jezelf hierin herkent, hoop ik dat je op zijn minst één kleine stap zet om jezelf te beschermen: vraag je kredietdossier op, stel een kritische vraag, praat met iemand, stel een grens en houd je daaraan.
Het kan in eerste instantie aanvoelen alsof de wereld vergaat.
Dat is niet het geval.
Het zou wel eens het begin kunnen zijn van het terugkrijgen van je eigen leven.
En ondanks alles kan ik je dit zonder met mijn ogen te knipperen zeggen: dat gevoel is het waard.