
Schurende afspraken uit het verleden
De aanpassing raakt direct aan afspraken die in 2019 zijn vastgelegd in het pensioenakkoord. Destijds werd juist gekozen voor een mildere koppeling om draagvlak te creëren. Premier Mark Rutte sprak toen nog van een directe koppeling als “hysterisch”. Om vakbonden tegemoet te komen, werd bewust gekozen voor een afgezwakte formule, waarmee rust rond de pensioenleeftijd moest worden bereikt.
Wantrouwen bij vakbonden groeit
Bij vakbond FNV wordt de koerswijziging met grote argwaan gevolgd. Toenmalig FNV-onderhandelaar Tuur Elzinga spreekt openlijk van een vertrouwensbreuk. „Het pensioenakkoord was een precair bouwwerk. Om met Rutte te spreken: een kwetsbaar vaasje dat makkelijk kapot gaat. Mensen zijn er grommend mee akkoord gegaan.” Die woorden onderstrepen het broze draagvlak dat destijds bestond.
Discussie weer volledig open
Elzinga waarschuwt dat de relatieve rust rond de AOW-leeftijd nu verdwenen is. „De deksel gaat nu weer van de put, de doos van Pandora is geopend”, stelt hij. „Wie voelt zich nu nog gebonden aan dat pensioenakkoord? Ik voorspel dat er weer grote groepen mensen zijn die de strijd aangaan over de AOW-leeftijd en gaan pleiten dat 67 jaar 67 jaar moet blijven. Die discussie ligt weer helemaal open.”
Zichtbare effecten op korte termijn
De AOW-leeftijd ligt momenteel op 67 jaar. In 2028 stijgt die naar 67 jaar en drie maanden. Volgens berekeningen zou de leeftijd in 2034 onder de huidige methode uitkomen op 67 jaar en zes maanden. Met de nieuwe systematiek wordt datzelfde niveau echter al een jaar eerder bereikt. Daarmee wordt de versnelling al binnen afzienbare tijd concreet merkbaar.
Groeiend verschil richting midden eeuw
In de jaren daarna loopt het verschil tussen beide systemen verder op. In 2054 bedraagt het gat een volledig jaar. Onder de huidige methode zou de AOW-leeftijd dan 69 jaar zijn. De coalitieplannen gaan in datzelfde jaar uit van 70 jaar. Voor iemand die in 1984 is geboren betekent dit concreet een jaar langer doorwerken voordat de AOW ingaat.