De kinderen reageerden verschillend – gekwetst, verward, boos, stil – maar het belangrijkste was dat ze zich tot Mara wendden, niet van haar af. Een voor een kwamen ze dichter bij haar, omhelsden haar en herinnerden haar zonder woorden eraan dat ze nog steeds van hen was. Later, toen Mara me vroeg wat ze moest zeggen als Calla ooit terug zou komen en weer hun moeder wilde zijn, vertelde ik haar de waarheid. Calla had hen dan wel gebaard, maar ik was degene die hen had opgevoed. En tegen die tijd wisten we allemaal dat dat niet hetzelfde was.