Elf jaar later
Jaren gingen voorbij. Er waren schooldagen, sporttrainingen, doktersafspraken en zorgvuldig gespaarde euro’s. En toen, op een gewone dag, stond hij daar ineens.
Hij zag er ouder uit, maar sprak mijn naam uit alsof hij nooit was weggeweest. In zijn hand hield hij een dikke, vergeelde envelop.
Binnenin zat een brief van mijn moeder en officiële documenten. Ze had vooruitgedacht. Ze had gezorgd voor een fonds voor de jongens, bedoeld voor hun toekomst. Alleen toegankelijk voor hun wettelijke voogd. Voor hen — en alleen hen.
Hij probeerde uit te leggen waarom hij terug was. Hij sprak over gezondheid, over kosten, over hoe moeilijk het leven soms loopt. Uiteindelijk kwam de echte vraag.
Hij wilde een deel van het geld.