De volgende ochtend:
Ik vertrok voor zonsopgang.
Adrian sliep nog. Zijn brace lag naast de bank.
Oliver stapte in de schoolbus.
Ik ging ervan uit dat Adrian weg zou zijn als ik thuiskwam.
Dat was de afspraak.
Maar toen ik die avond uitgeput de deur opendeed, bleef ik stokstijf staan.
Mijn appartement… leek niet op mijn appartement.
De lucht rook naar citroenreiniger, gemengd met de warme geur van versgebakken brood. Even dacht ik dat ik me in het verkeerde huis had vergist na een te lange dienst.
Maar daar hing Olivers scheve tekening nog op de koelkast. Naast mijn gebarsten mok.
De woonkamer was herkenbaar… en toch anders.
De dekens waren netjes opgevouwen.
De vloer was geveegd.
De gootsteen — die normaal uitpuilde van chaos — glansde leeg en schoon.
Ik hoorde zachte bewegingen uit de keuken komen.