Toen zoemde het weer.
Ik verstijfde.
Nog een tekst.
Van Helens nummer.
“Ik wacht nog steeds. Waar ben je?”
Mijn borst trok zo hevig samen dat het pijn deed. Even kon ik me niet bewegen. Mijn handen werden koud.
Ik wist dat er een logische verklaring moest zijn. Die moest er wel zijn.
Maar verdriet trekt zich niets aan van logica.
Ik drukte op ‘Bellen’.
Uitsluitend ter illustratie.
De telefoon ging twee keer over.
Toen antwoordde iemand.