
En toch, ondanks de stilte, ondanks de schuld, ondanks de verloren jaren, is er hoop. Amy luistert. Ze glimlacht niet vaak, maar als ze dat wel doet, voelt het als zonlicht dat door de stormwolken breekt. Ze stelt vragen – aarzelend, voorzichtig – maar toch vragen. Ze wil weten wie ik ben. Ze wil weten wie haar moeder was. Ze wil weten waarom. En hoewel ik struikel, hoewel ik bloed bij elk antwoord, probeer ik het. Omdat ze dat verdient. Omdat Rosa dat verdient. Omdat ik het verleden niet ongedaan kan maken, maar misschien, heel misschien, kan ik de toekomst vormgeven.