Hij was netjes gekleed, maar zijn houding was strak, alsof hij zich had voorbereid op deze ontmoeting. Zijn gezicht stond gespannen, zijn ogen keken net iets te snel weg. Ik voelde meteen dat dit geen bezoek was om zich voor te stellen.
Hij sprak kort, zonder opwarming.
‘Ik verzoek je om ’s nachts geen gebruik meer te maken van het zwembad,’ zei hij.
Er zat iets in zijn stem dat niet zacht klonk. Geen echte verontschuldiging. Geen uitleg. Alleen die woorden. Die toon. Alsof dit al besloten was en wij alleen nog moesten gehoorzamen.
Ik voelde mijn wenkbrauwen omhoog gaan.
Mijn man stond naast me, stil, beleefd, maar ik zag hoe zijn kaak licht aanspande.
We waren in de war. Ons zwembad was altijd rustig geweest. We hielden geen feestjes. We riepen niet. We maakten geen lawaai. Soms waren onze stemmen zelfs zo laag dat we ze nauwelijks boven het water hoorden.
We knikten uiteindelijk, om het gesprek niet groter te maken dan het was. Beleefd, zoals je bent als je conflicten wil vermijden. Maar in ons hoofd bleef het knagen. Ons huis. Onze tuin. Ons ritueel.
En dus gingen we door.
Een stil conflict
Een tijdlang gebeurde er niets.
Geen opmerkingen. Geen nieuwe klachten. Geen tweede bezoek.