De jongere vrouw gaf toe dat ze het dagboek maanden eerder had gelezen. Toen begreep ze dat ze nooit echt geliefd was geweest, maar slechts gebruikt was als spiegel voor zijn ego. Ze vertrok kort daarna, niet in staat om op te wegen tegen een schijn van toewijding die ze nooit zou kunnen vervangen.
Ze zei dat ze er ooit aan had gedacht het dagboek uit woede te verbranden. Maar na zijn dood besefte ze dat de waarheid bij mij hoorde.
Ik wist niet of ik haar aanwezigheid kwalijk moest nemen of juist dankbaar moest zijn voor haar eerlijkheid. Beide emoties liepen door elkaar in mij.
Toen kwam de uiteindelijke onthulling.