Mijn kleindochter belt me nooit uit zichzelf. Dus toen haar kleine stemmetje fluisterde dat haar moeder « deed alsof ze niet bang was », wist ik meteen dat er iets niet klopte. En wat ik aantrof toen ik naar haar toe snelde, deed me als versteend in de deuropening staan, met een bonzend hart.

« Hallo oma… mag ik vannacht bij je blijven slapen? »
Ik verstijfde.
Lila’s stem was zacht—te zacht. Zo fluisterde ze nooit.
Ze is vijf. Meestal is ze een en al gegiechel en fantasie: blonde krullen die alle kanten op stuiteren, grote blauwe ogen die fonkelen, twee voortanden die ontbreken, en ze praat altijd over eenhoorns, draken of ruimtepiraten.