Als je denkt dat melk dé sleutel is tot superromige aardappelpuree, dan heb je het mis. Hoewel melk al lange tijd de standaard is, bestaat er een rijker, zijdezacht geheim waar professionele koks bij zweren: het kookwater van de aardappelen waaraan boter is toegevoegd – ja, dat zetmeelrijke water dat je normaal gesproken weggooit. Het klinkt simpel, maar deze techniek tilt je aardappelpuree naar een hoger niveau, zoals je die in restaurants zou vinden. Laten we eens stap voor stap bekijken waarom dit werkt en hoe je deze methode onder de knie kunt krijgen.
Waarom het kookwater van aardappelen beter is dan melk
Wanneer je aardappelen kookt, komt er zetmeel vrij in het water. Dat zetmeel werkt als een natuurlijk verdikkingsmiddel en geeft het water een licht stroperige textuur. In combinatie met gesmolten boter vormt het een fluweelzachte emulsie die elk stukje aardappel omhult. In tegenstelling tot melk of room, die de smaak kunnen verdunnen en de puree te dun of te zwaar kunnen maken, voegt dit boter-zetmeelmengsel een rijke smaak toe zonder de aardappelsmaak of -structuur aan te tasten .