Gebaren die vaak de mensen in hun omgeving intrigeren.

Wanneer iemand het einde van zijn of haar leven nadert, kan het gedrag soms de mensen om hen heen verrassen. Katie Duncan, een verpleegkundige in de palliatieve zorg, legt uit dat sommige patiënten heel specifieke gebaren lijken te maken, bijna alsof ze reageren op iets wat anderen niet waarnemen.
Sommige mensen heffen bijvoorbeeld hun armen op of strekken hun handen uit naar het plafond. Het gebaar kan langzaam en weloverwogen zijn, alsof ze iemand of iets onzichtbaars proberen te bereiken. Voor de aanwezigen kan dit moment vreemd lijken, maar de verpleegkundige merkt op dat het vaak in een verrassend vredige sfeer plaatsvindt.
In andere situaties bewegen de handen zich rustig in de lucht, alsof de persoon een voorwerp probeert vast te pakken of een denkbeeldige hand probeert te grijpen. Deze bewegingen zijn meestal kalm en lijken geen ongemak te veroorzaken.
Katie Duncan merkte ook op dat sommige patiënten repetitieve handelingen uitvoeren: de lakens gladstrijken, hun borst aanraken of over hun gezicht strelen. Deze bewegingen kunnen onvrijwillig zijn of simpelweg een behoefte aan geruststelling weerspiegelen.
Soms lijkt de persoon ook iets in de omgeving te zoeken: hij of zij beweegt de handen lichtjes over het bed, raakt voorwerpen in de buurt aan of probeert de rand van de deken vast te pakken.