Niet lang daarna sloeg het noodlot toe en overleed hij bij een auto-ongeluk.
Het nieuws kwam via een gemeenschappelijke kennis, iemand die het voorzichtig probeerde te brengen, alsof het glas was. Ik hoorde de woorden, maar het duurde even voordat mijn hoofd ze begreep. Overleden. Auto-ongeluk. Plotseling. Definitief.
Het was een ontnuchterende herinnering aan hoe kwetsbaar het leven is, zelfs voor iemand van wie je ooit dacht dat hij er altijd zou zijn.
Ik dacht dat ik alleen woede of afstand zou voelen, maar dat was niet zo. Wat ik voelde was ingewikkeld: een schok, een droefheid om wat er ooit was, en ook een vreemd soort stilte in mezelf. Je kunt iemand missen als persoon, en tegelijk niet missen wat hij je aandeed. Je kunt rouwen om een hoofdstuk, niet per se om de man die hij op het einde was geworden.
Ik huilde niet meteen. Het kwam in golven. Soms dacht ik dagen nergens aan, en dan ineens, bij het zien van een bekende straat of een bepaalde geur, was hij weer even aanwezig in mijn gedachten.
Toen kwam de schok die ik nooit had zien aankomen: hij had mij in zijn testament aangewezen als enige erfgenaam van zijn nalatenschap, ter waarde van bijna 700.000 dollar.
Ik kreeg een telefoontje van een advocaat. De stem was zakelijk, bijna neutraal, alsof het over een standaardprocedure ging. Ik hoorde de cijfers, de woorden “enige erfgenaam”, en ik dacht dat ik hem verkeerd verstaan had. Ik vroeg het nog eens. Hij herhaalde het rustig. En toen begon mijn hart sneller te kloppen, niet van vreugde, maar van ongeloof…