Veel supplementen zijn bedoeld om tekorten aan te vullen. Dat kan nuttig zijn bij:
-
bewezen vitamine- of mineralentekorten
-
zwangere vrouwen (bijvoorbeeld foliumzuur)
-
mensen met beperkte zonblootstelling (vitamine D)
-
bepaalde aandoeningen of medicatie die opname verminderen
-
oudere mensen met risico op tekorten
Het probleem ontstaat wanneer mensen denken: “Als een beetje goed is, dan is meer beter.” Dit is precies wat bij sommige stoffen niet klopt. Het menselijk lichaam heeft een bepaalde grens nodig. Alles daarboven kan onnodig zijn of zelfs schadelijk.
Bij sommige vitamines kun je overschotten uitplassen (wateroplosbare vitamines zoals vitamine C), maar bij vetoplosbare vitamines (zoals A en D) is het verhaal anders: die kunnen opgeslagen worden en zich ophopen.
Ook mineralen zoals zink kunnen uit balans raken: een hoge inname van het ene mineraal kan de opname van het andere blokkeren, waardoor tekorten ontstaan.
Supplement 1: Vitamine D – nuttig, maar risicovol bij hoge doseringen
Vitamine D is bij veel mensen bekend als “de zonvitamine”. Het speelt een belangrijke rol in: