Traditioneel worden de laatste drie dagen van januari de dagen van de merels genoemd. In de volksmond corresponderen ze met de koudste periode van het jaar. Een oude legende vertelt over een merel, ooit met een licht verenkleed, die zijn toevlucht zocht in een schoorsteen om aan de bittere kou te ontsnappen. Na drie dagen daar te hebben doorgebracht, kwam hij er volledig zwart en bedekt met roet weer uit.
Hoewel dit verhaal tot de folklore behoort, heeft het een blijvende indruk achtergelaten op onze tradities en valt het samen met een zeer reëel fenomeen: midden in de winter trekken merels dichter naar bewoonde gebieden.
Waarom komen merels in de buurt van onze huizen?
