En ik merkte dat het niet alleen ging om mijn vader. Het ging ook om mij. Om hoe ik, zonder het te beseffen, mijn hele leven had geprobeerd waardig en zelfstandig te zijn, misschien deels omdat ik dat van hem had geleerd.
Om hoe ik vaak dacht dat liefde luid en duidelijk moest zijn om echt te tellen, terwijl hij mij liet zien dat liefde ook kan bestaan in herhaling, in routine, in blijven.
Soms is een stille plant al genoeg om te begrijpen dat liefde veel langer meegaat dan woorden kunnen zeggen.
Sindsdien, wanneer mensen mij vragen of ik iets heb geërfd, glimlach ik soms en zeg ik dat het ingewikkeld is. Want hoe leg je uit dat een cactus, een simpele plant, je iets kan geven wat je jarenlang niet kon benoemen? Hoe leg je uit dat een pot aarde soms zwaarder kan wegen dan een huis?
En toch is het waar. Die cactus staat er nog steeds, en elke keer dat hij een beetje verder naar het licht buigt, lijkt het alsof hij me iets herinnert: dat je niet veel nodig hebt om door te gaan. Dat aandacht soms genoeg is. Dat liefde soms stil blijft, maar nooit verdwijnt.