De melding kwam zonder enige ophef. Geen trilling. Geen waarschuwing. Gewoon een stille tekstregel op mijn telefoon – volkomen normaal. En dát maakte het juist zo ondraaglijk.
Er waren acht dagen verstreken sinds de begrafenis. Acht dagen waarin ik ontdekte dat stilte niet leeg is – dat ze drukkend is, dat ze ruimtes vult, dat ze in je oren zoemt wanneer de wereld niet meer vraagt hoe het met je gaat. Ik was net begonnen te leren ademen in die stilte toen ik het zag.
Een afschrijving van onze gezamenlijke bankrekening.