De vrouw vraagt hem terug: « Ga je trouwen nadat ik dood ben? » De man antwoordt: « Nee, ik ga ook bij je zus wonen. » In deze speelse, luchtige dialoog vol genegenheid en humor reflecteren een man en een vrouw op hun leven na elkaars dood.
Deze korte dialoog is doorspekt met humor en heeft een warme, gemoedelijke sfeer. Het echtpaar kan het goed met elkaar vinden – ze wonen immers dicht bij elkaars ‘kerker’ – en ontmoeten elkaar op een luchtige, speelse manier.
Het is een sterke band die gekenmerkt wordt door openheid, verbondenheid en respect. Humor wordt hier niet gebruikt of is subtiel, maar dient juist om de band te versterken. De vrouw legt eerst uit dat ze niet opnieuw zal trouwen en in plaats daarvan bij haar zus zal gaan wonen. De geestige reactie van de man is een spiegeling van de hare: hij grapt dat hij ook bij haar zus zal gaan wonen, waarmee hij een speelse wending aan het gesprek geeft.