Elke zondag veranderde Mia’s huis in een bruisende ontmoetingsplaats voor het gezin van haar man, bestaande uit acht personen. Ze stond vroeg op om hun favoriete gerechten klaar te maken, de tafel perfect te dekken en elke hoek van de keuken schoon te maken. Na de lunch was zij degene die de afwas deed, terwijl iedereen gezellig in de woonkamer zat te kletsen. Het was een routine geworden, maar ze keek er niet meer naar uit. Diep van binnen voelde ze zich genegeerd en als vanzelfsprekend beschouwd.