‘Nee,’ zei ik kalm. ‘Ik had verwacht dat je meende wat je zei.’

Er viel een diepe stilte tussen ons.
De violist bleef spelen. Om ons heen lachten andere stellen zachtjes. Maar aan onze tafel leek alles stil te staan.
Hij staarde me lange tijd aan en greep toen in zijn portemonnee.
Zonder nog een woord te zeggen, stopte hij zijn visitekaartje in de map.
Het apparaat piepte. De serveerster bracht het terug.
Hij stond op.
‘Goedenacht,’ zei hij vlak.