Na de regen werden de grond, de bomen en de modderige hoekjes ons hele universum.
De nesten van trompetwormen waren voor ons het bewijs dat magie echt bestond – als je maar goed genoeg keek. We waren niet alleen op zoek naar wormen; we waren op zoek naar verwondering. We vierden elkaars ontdekkingen, leerden vreugde te delen in plaats van te concurreren, en ontdekten hoe nieuwsgierigheid een gewone middag kon veranderen in iets onvergetelijks.